1./5./8. Ruimte in de begroting*
De meerjarige budgetten zijn kritisch beoordeeld en na actualisatie levert dit financiële ruimte op binnen de begroting.
2. Verzekeringslasten(CAR)
De premies voor gemeentelijke verzekeringen zijn de afgelopen jaren gestegen. Daarnaast is het bij gemeentelijke bouw- en infraprojecten noodzakelijk om structureel rekening te houden met een Construction All Risk-verzekering (CAR) ter beheersing van financiële risico’s. De huidige begroting biedt hiervoor onvoldoende ruimte. Voorgesteld wordt daarom om de verzekeringslasten structureel met € 40.000 bij te ramen, zodat de begroting aansluit bij de actuele kostenontwikkeling en toekomstige risico’s beheersbaar blijven.
3. BTW-effect bijdrage GRSA2
Een gedeelte van de bijdrage aan de GRSA2 maakt onderdeel uit van de overheadkosten van onze gemeente. In de begroting 2027 van de GRSA2 is deze bijdrage exclusief btw opgenomen, terwijl de bijdrage aan de gemeente inclusief btw wordt gefactureerd. Niet alle betaalde btw komt in aanmerking voor compensatie via het Btw-compensatiefonds (BCF) of voor aftrek als voorbelasting bij de Belastingdienst. Het niet-compenseerbare deel van de btw werkt kostprijsverhogend. Als gevolg hiervan is, structureel, een aanvullend bedrag van € 18.000 benodigd.
4. Actualisatie kapitaallasten
In het kader van de jaarrekening 2025 worden diverse investeringsbudgetten afgerond en gereed gemeld. Daarnaast zijn na het vaststellen van de primitieve begroting 2026 op 10 november 2025 nog drie raadsvoorstellen vastgesteld, waarin aanvullende investeringskredieten zijn toegekend. Het betreft de aankoop van de doorstroomlocaties (Rv 25.70), de aanpassingen aan speellokaal De Parel (Rv 26.14) en de eerste begrotingswijziging 2026. Deze ontwikkelingen leiden tot een stijging van de kapitaallasten.
Voor het jaar 2030 geldt dat dit een nieuwe jaarschijf betreft binnen de meerjarenbegroting. De jaarschijf 2030 was oorspronkelijk gebaseerd op een één-op-één doortrekking van 2029. In 2029 zijn echter enkele omvangrijke investeringen geraamd, die zorgen voor een structurele verhoging van de kapitaallasten. Als gevolg hiervan liggen de kapitaallasten in 2030 eveneens op een hoger niveau dan in de voorgaande jaren.
6. Onderhoudsvoorziening vastgoed(MJOP)
We verwachten in 2026 het geactualiseerde beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen voor te leggen aan het college en de raad voor de periode 2026 -2035. Het geactualiseerd Duurzame Meer Jaren Onderhoud Plan (DMJOP) komt niet overeen met de huidige bedragen die zijn opgenomen in de begroting 2026-2029 . We hebben de prijsstijgingen al meegenomen in het geactualiseerde plan voor de periode 2026 -2035. Denk aan prijsstijgingen als gevolg van inflatie, oorlog in de Oekraïne en het Midden-Oosten, een tekort aan vaktechnisch personeel, stijging van de energieprijzen en onzekerheid op de financiële markten.
Een andere belangrijke oorzaak van de actualisatie van de budgetten is de uitbreiding van het areaal in de afgelopen periode. Deze bestaat uit nieuwbouw, verwachte herbestemming van bestaande gebouwen, strategische aankoop van gebouwen en het voorlopig aanhouden van de gymzaal. Elk gebouw vraagt onderhoud, zowel op korte- als de lange termijn. De energieprestatie van het gebouwen-areaal heeft aanvullend een grote impact op de kosten. Het komende decennium komt er veel wet- en regelgeving op het gebied van naleving van de verduurzaming en energieverbruik van de gebouwen. Hierdoor stijgen de structurele lasten voor een bedrag, groot, € 479.000.
Het geactualiseerde onderhoudsplan (DJMOP 2026 - 2029) is gebaseerd op een door de raad in 2008 vastgesteld, minimaal onderhoudsniveau volgens de NEN2767-methode:
- onderhoudsniveau conditie 3 voor alle gebouwen, én
- onderhoudsniveau conditie 2 voor de publieksruimten in het gemeentehuis;
Gebouwen die herbestemming krijgen binnen een termijn van 5 jaar mogen op een lager niveau uitkomen, omdat anders budgetten versneld afgeschreven moeten worden, en we aan het desinvesteren zijn.
Een lager onderhoudsniveau dan reeds opgenomen in het DJMOP 2026 - 2029 werkt contraproductief. Er ontstaat steeds meer achterstallig onderhoud. Dit achterstallig onderhoud zal in de toekomst uitgevoerd moeten worden tegen veel hogere kosten. Het klachtenpatroon van gebruikers stijgt, met als gevolg dat er meer reactief, incidenteel onderhoud uitgevoerd dient te worden. Het is uit financieel oogpunt verstandiger om het onderhoud op niveau te houden. Zo ontstaat meer grip op de budgetten zoals opgenomen in het DJMOP 2026 - 2029.
7. Beleids- en beheersplannen
In 2026 zijn we bezig met het opstellen van enkele beleids- en beheersplannen. Het gaat hierbij om onderstaande vakgebieden.
a. Beleids- en beheersplan wegen
Op dit moment zijn we bezig met het vormgeven van het beleids- en beheerplan wegen. In dit plan wordt de ambitie en de strategie met betrekking tot de wegen in de openbare ruimte beschreven. Aanvullend op de ambitie en de strategie wordt ook de manier van beheren beschreven met de daarvoor benodigde financiële middelen. Deze financiële middelen zijn nog niet exact duidelijk en zijn daarnaast afhankelijk van de keuze van het kwaliteitsniveau.
Het is echter een feit dat er bij het hanteren van eenzelfde kwaliteitsniveau van het huidige plan, extra financiële middelen gereserveerd zullen moeten worden ten opzichte van de huidige dotatie. Op dit moment hanteren wij een gemiddeld kwaliteitsniveau B, gebaseerd op de CROW-systematiek. Om dit kwaliteitsniveau te behouden, is op basis van een eerste grove raming een structurele jaarlijkse storting in de voorziening nodig van circa € 1.000.000.
Momenteel is de dotatie ongeveer € 760.000, er is dus een verhoging van € 240.000 benodigd. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op een eerste globale inschatting. De uiteindelijke hoogte van de benodigde dotatie kan nog wijzigen op basis van nader onderzoek. De definitieve uitkomsten worden opgenomen in het geactualiseerde meerjarig onderhoudsplan. De inhoud van het plan wordt later dit jaar ter behandeling aan de gemeenteraad voorgelegd.
b. Beleids- en beheersplan groen
Om de ambities uit het huidige groenstructuurplan uit te werken is een beleids- en beheersplan hier een logisch gevolg van. Hierin omschrijven wij wat wij beheren, binnen welke kaders en hoe wij dat doen. Hierin nemen wij voor de lange termijn structurele kosten en investeringen mee waar men rekening moet houden.
- Wettelijke kader bomen
Tijdens het opstellen van ons Beheer- en beleidsplan groen is zichtbaar geworden dat wij op dit moment niet voldoen aan de wettelijke verplichting op het gebied van bomenonderhoud. Om hieraan te voldoen hebben we structureel een bedrag nodig van € 262.000 op dit moment hebben wij echter maar € 71.000 beschikbaar waardoor een achterstand is ontstaan door het structureel tekort komen van financiële middelen. Om aan de zorgplicht te voldoen en de achterstand in te lopen wordt voorgesteld om € 45.000 voor 2027 en voor de periode 2028 – 2030 € 50.000 aanvullend budget beschikbaar te stellen, waardoor wij in 2030 aan onze zorgplicht kunnen voldoen.
2. Regulier groenonderhoud
We zijn bezig met het opstellen van een Beheer-en beleidsplan Groen, hierin omschrijven we wat we nu doen in het groenbeheer en wat de kosten daarvan moeten zijn tegenover de huidig beschikbare middelen. Wat we nu al wel helder hebben is dat de beheerskosten de komende jaren alleen maar verder gaan toenemen, denk hierbij aan areaal uitbreiding, vergroening en de maatregelen voortkomende uit de Europese Natuurherstelverordening. In het plan nemen we voorstellen op om deze tijdens de looptijd te implementeren en deze bij de volgende actualisatie van het plan in de kosten mee te nemen.
9. Nieuwe bibliotheekwet
Onvermijdbaar/Wettelijk:
Per 2027 treedt de nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) in werking. De bibliotheekwet behelst tot op heden een bevorderingstaak. Deze nieuwe bibliotheekwet introduceert een wettelijke zorgplicht voor gemeenten. Hierdoor wordt de bevorderingstaak omgezet naar een wettelijke verplichting. De zorgplicht houdt in dat “iedere gemeente in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen voorziet, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is”. Een passend aanbod van bibliotheekvoorzieningen bestaat uit:
1. Minimaal één bibliotheekvoorziening die de vijf functies uitvoert binnen redelijke afstand;
2. Aanwezigheid van een fysieke collectie;
3. Professionele personeelsbezetting;
In een handreiking van de VNG wordt richting gegeven voor een gezonde en robuuste exploitatiebijdrage. Voor een gemeente van de omvang van Heeze-Leende wordt daarbij een streefwaarde genoemd van € 22 per inwoner. Deze streefwaarde is een indicatie van het budget dat een bibliotheek gemiddeld nodig heeft om de WSOB-kernfuncties op een gezonde manier uit te voeren. Het bedrag van € 22 per inwoner is exclusief huisvestingslasten en exclusief de kosten voor de Bibliotheek op School.
Toegepast op Heeze-Leende komt dit neer op een benodigde exploitatiesubsidie van, in totaal, € 443.000. In de begroting van 2027 is voor de openbare bibliotheek zo'n € 310.000 opgenomen. Dit betekent een tekort van circa € 133.000. Met de huidige begroting is een bedrag van € 14 per inwoner beschikbaar voor het aanbod van bibliotheekvoorzieningen.
In de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen zijn vanaf 2027 extra middelen opgenomen voor de lokale bibliotheekvoorzieningen. In 2025 & 2026 zijn deze via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld, maar mogelijk zal dit vanaf 2027 via de Algemene Uitkering(Gemeentefonds) uitgekeerd worden. Voor Heeze-Leende is dit een jaarlijks bedrag, groot € 100.000.
Politieke keus:
De nieuwe bibliotheekwet behelst de wettelijke verplichting dat er minimaal één bibliotheekvoorziening binnen de gemeente is, die de vijf functies uitvoert. Zoals hierboven geschetst, kost het aanbieden van bibliotheekvoorzieningen aan alle inwoners in onze gemeente, waarbij we één, fysieke bibliotheekvestiging in stand houden € 443.000. De politieke keuze zal gemaakt moeten worden of we het huidige voorzieningenniveau in alle kernen overeind willen houden. Indien we dit willen, bedragen de totale exploitatiekosten € 473.000. Dit betekent een tekort van circa € 163.000 (afgezet tegen de € 310.000 die we nu in de begroting, structureel, hebben opgenomen).
10. Preventief Wmo Toezicht
Preventief Wmo toezicht is een wettelijke taak van de gemeente; dit toezicht is niet eerder structureel uitgevoerd en met de huidige inzet voldoet de gemeente niet aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit, veiligheid en rechtmatige uitvoering van Wmo-voorzieningen.
11. Herijking Lokale Inclusie-agenda
De wettelijk, verplichte lokale inclusieagenda loopt af en moet voor de periode 2027–2030 opnieuw worden vastgesteld. Tegelijkertijd is een nieuwe projectleider nodig om regie te voeren op zowel de herijking als de uitvoering. Centrale ambitie is om inclusie structureel te verankeren binnen beleid, uitvoering en samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, in plaats van losse of tijdelijke initiatieven.
De projectleider (circa 4 uur per week) zorgt voor samenhang, afstemming tussen afdelingen en voortgang op concrete acties. De inzet richt zich op drie samenhangende pijlers: bewustwording, praktische toegankelijkheid en duurzame betrokkenheid van de samenleving. Daarnaast regie op kleinschalige, integrale toegankelijkheidsprojecten (bijv. kleine fysieke knelpunten). Aansluiting bij signalen van inwoners, evt. via een ‘kleine ergernissenlijst’ en samenwerking met partners.
Onderdeel hiervan is een doorlopende inclusiecampagne die inclusie zichtbaar en concreet maakt voor inwoners, ondernemers en de organisatie. Daarnaast is regie nodig op kleinschalige, integrale projecten rondom lichamelijke toegankelijkheid. Veel van deze knelpunten zijn relatief eenvoudig op te lossen, maar vragen om sturing omdat ze meerdere beleidsterreinen raken. Tot slot wordt ruimte gehouden voor waardering en stimulering van betrokkenen, onder andere via de IKAME-prijs en kleine vormen van erkenning.
12. Vervanging beglazing Rafaelschool Heeze
De voormalige Rafaelschool is een gemeentelijk monument. Als eigenaar hebben we een verplichting tot instandhoudingsonderhoud van het pand. De houten delen, waaronder kozijnen, (voor)deur en overstekken moeten geschilderd worden. Het vervangen van de enkele beglazing is noodzakelijk vanwege verduurzaming. De herontwikkeling van het pand bevindt zich nog in de initiatieffase. Onbekend is nog welke vorm dit precies gaat krijgen. Echter vanwege de monumentale status van het pand zal de voorgevel niet gewijzigd worden. Het is niet nodig om over een paar jaar de kozijnen weer opnieuw te schilderen als dan de beglazing vervangen wordt. Daarom stellen we voor om het vervangen van de beglazing naar voren te halen en daarna schilderwerk uit te voeren.
De definitieve keuze kan op dit moment nog niet worden gemaakt. Hierbij speelt het dilemma tussen duurzaamheid, functionaliteit en investering een belangrijke rol in de te maken afwegingen.