Autonome ontwikkelingen

Autonome ontwikkelingen met financiële consequenties

Hieronder treft u een overzicht aan met financiële ontwikkelingen vanaf de stand in de begroting 2026-2030 na 1ste begrotingswijziging die in april 2026 door uw raad is vastgesteld. Deze stand is uitgebreid met autonome ontwikkelingen met financiële consequenties. De autonome ontwikkelingen zoals opgenomen in de Kaderbrief 2027 zijn gedefinieerd als ontwikkelingen die:

a.       onvermijdelijk,  onuitstelbaar en onontkoombaar, én
b.       conform vastgesteld beleid van de raad zijn;

De volgende autonome ontwikkelingen worden onderscheiden:

  • Gemeenschappelijke regelingen
  • Indexeringen
  • Overige autonome ontwikkelingen

Hier wordt ingegaan op de autonome ontwikkelingen (gevolgen CAO, indexatie etc.) waarop we als gemeente geen of nauwelijks invloed hebben. 

Alle bedragen x€ 1.000
Autonome ontwikkelingen kaderbrief 2027-2030 2027 2028 2029 2030
Beginsaldo na 1ste begrotingswijziging 2026 -1.546 -2.334 -1.983 -1.865
Resultaat indexeringen* 200 200 200 200
GR ODZOB -5 -5 -5 -5
GR Blink -4 -2 -9 -15
(Dekking afvalstoffenheffing BLINK) 4 2 9 15
GR MRE -13 -13 -13 -13
GR GGD -13 -13 -13 -33
GR Ergon -30 -30 -109 -53
GR Veiligheidsregio -221 -214 -215 -215
GRSA2 -417 -236 -236 -236
Totaal gemeenschappelijke regelingen -698 -511 -591 -555
Programma 1: Dienstverlening en Bestuur
1 Ruimte in de begroting* 120 120 120 120
2 Verzekeringslasten(CAR) -60 -60 -60 -60
3 BTW-effect bijdrage GRSA2 -18 -18 -18 -18
4 Actualisatie kapitaallasten programma overstijgend -13 -45 -95 -447
Programma 2: Wonen, Bedrijven en Recreëren
5 Ruimte in de begroting* 94
6 Onderhoudsvoorziening vastgoed(MJOP) -479 -479 -479 -479
7a Beleids- en beheersplan wegen -240 -240 -240 -240
7b Beleids- en beheersplan groen -45 -50 -50 -50
Programma 3: Samen leven en Participeren
8 Ruimte in de begroting* 67 67 67 67
9 Nieuwe bibliotheekwet -163 -163 -163 -163
10 Preventief Wmo-toezicht -15 -15 -15 -15
11 Herijking Lokale Inclusie-agenda -55 -55 -55 -55
12 Vervanging beglazing Rafaelschool Heeze -60 - - -
Totaal overige autonome ontwikkelingen -961 -938 -988 -1.246
Begrotingssaldo 2027-2030 -3.005 -3.583 -3.362 -3.466
*Ombuigingsvoorstellen

Ombuigingsvoorstellen

Terug naar navigatie - Autonome ontwikkelingen met financiële consequenties - Ombuigingsvoorstellen

Alhoewel het proces van ombuigingen nog loopt, hebben we ten aanzien van een tweetal punten voorgesorteerd op de uitkomsten. Ten eerste de manier van indexeren en ten tweede ruimte naar aanleiding van analyse jaarrekening 2025.  Deze 'ombuigingen' zijn ontstaan uit voortschrijdend inzicht, waarvoor we geen moeilijke afweging hoeven te maken. 

Indexeringen*

In het kader van het project Versterken Uitvoeringskracht – en vooruitlopend op de uitkomsten van de ombuigingen – is de systematiek van indexering opnieuw tegen het licht gehouden. Deze herziening leidt tot een financieel voordeel en vormt één van de technische ombuigingen waarop in de financiële staat van de gemeente al is voorgesorteerd.

Indexeren betekent dat de begrotingsbudgetten worden aangepast aan prijsstijgingen (inflatie), zodat de waarde van het budget behouden blijft. Op basis van een grondige analyse is een nieuwe wijze van indexeren ontwikkeld.

Deze nieuwe wijze van indexeren leidt tot een systematiek, die:

  • stabiel is voor de meerjarenraming;
  • voorspelbaar is voor de organisatie, partners en raad; 
  • reëel aansluit op de werkelijke kostenontwikkeling;
  • eenvoudig uitlegbaar is
  • consequent wordt toegepast én
  • transparant maakt wat het effect is van indexatie op de begroting.                        

Vanaf 2027 wordt overgestapt op een vorm van indexatie waarbij stapeling van indexatie wordt voorkomen. Er wordt meerjarig een budget voor indexeringen gereserveerd in de begroting. Hierdoor kunnen toekomstige indexaties structureel worden opgevangen, ook voor de gemeenschappelijke regelingen. In de P&C-cyclus wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de ontwikkelingen van de indexatie en het budget dat de raad hiervoor beschikbaar stelt.

Indexeringsgrondslagen 
Voor begrotingsjaar 2027 worden de volgende indexeringsgrondslagen en percentages toegepast. Deze grondslagen worden vastgelegd in de financiële verordening, zodat de systematiek formeel is geborgd. 

Domein/Kostenpost Grondslag % 2027
Specialistische jeugdzorg, dagbesteding en begeleiding Wmo en huishoudelijke hulp Voorlopige OVA (90%) PPC (10%) t & correctie voorgaand jaar 3,59%
Subsidies maatschappelijke organisaties CPB t-1 weging 60/40 loon/prijs 3,28%
Huren en buitensport CPI t-2 3,20%
Loonontwikkeling cao of gemiddelde van 3% 3%
Prijsontwikkeling, belastingtarieven, leges en heffingen IMOC/CPB 2,10%
GR-en Begroting GR  

 

Ruimte in de begroting*

Gedurende het ombuigingentraject en bij analyse van de jaarrekening 2025 zijn de begrotingsbudgetten zorgvuldig beoordeeld. Waar binnen deze herziening financiële ruimte ontstaat, wordt deze vervolgens ingezet en verwerkt in de kaderbrief, zodat de beschikbare middelen op een transparante en doelmatige manier worden toegedeeld.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Autonome ontwikkelingen met financiële consequenties - Gemeenschappelijke regelingen

De gemeente Heeze-Leende heeft bestuurlijke en financiële belangen in een aantal verbonden partijen, die beleid ontwikkelen en of beleid uitvoeren voor de gemeente.  De gemeenschappelijke regelingen hebben de conceptbegroting bij de gemeente Heeze-Leende aangeboden. Op basis van deze conceptbegrotingen zijn de financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt.  De totaal begrote bijdragen aan de verbonden partijen bedraagt daarmee ongeveer € 12 miljoen inclusief bijstellingen.

Overige autonome ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Autonome ontwikkelingen met financiële consequenties - Overige autonome ontwikkelingen

1./5./8. Ruimte in de begroting*
De meerjarige budgetten zijn kritisch beoordeeld en na actualisatie levert dit financiële ruimte op binnen de begroting. 

2. Verzekeringslasten(CAR)
De premies voor gemeentelijke verzekeringen zijn de afgelopen jaren gestegen. Daarnaast is het bij gemeentelijke bouw- en infraprojecten noodzakelijk om structureel rekening te houden met een Construction All Risk-verzekering (CAR) ter beheersing van financiële risico’s. De huidige begroting biedt hiervoor onvoldoende ruimte. Voorgesteld wordt daarom om de verzekeringslasten structureel met € 40.000 bij te ramen, zodat de begroting aansluit bij de actuele kostenontwikkeling en toekomstige risico’s beheersbaar blijven.

3. BTW-effect bijdrage GRSA2
Een gedeelte van de bijdrage aan de GRSA2 maakt onderdeel uit van de overheadkosten van onze gemeente. In de begroting 2027 van de GRSA2 is deze bijdrage exclusief btw opgenomen, terwijl de bijdrage aan de gemeente inclusief btw wordt gefactureerd. Niet alle betaalde btw komt in aanmerking voor compensatie via het Btw-compensatiefonds (BCF) of voor aftrek als voorbelasting bij de Belastingdienst. Het niet-compenseerbare deel van de btw werkt kostprijsverhogend. Als gevolg hiervan is, structureel, een aanvullend bedrag van € 18.000 benodigd.

4. Actualisatie kapitaallasten

In het kader van de jaarrekening 2025 worden diverse investeringsbudgetten afgerond en gereed gemeld. Daarnaast zijn na het vaststellen van de primitieve begroting 2026 op 10 november 2025 nog drie raadsvoorstellen vastgesteld, waarin aanvullende investeringskredieten zijn toegekend. Het betreft de aankoop van de doorstroomlocaties (Rv 25.70), de aanpassingen aan speellokaal De Parel (Rv 26.14) en de eerste begrotingswijziging 2026. Deze ontwikkelingen leiden tot een stijging van de kapitaallasten.

Voor het jaar 2030 geldt dat dit een nieuwe jaarschijf betreft binnen de meerjarenbegroting. De jaarschijf 2030 was oorspronkelijk gebaseerd op een één-op-één doortrekking van 2029. In 2029 zijn echter enkele omvangrijke investeringen geraamd, die zorgen voor een structurele verhoging van de kapitaallasten. Als gevolg hiervan liggen de kapitaallasten in 2030 eveneens op een hoger niveau dan in de voorgaande jaren.

6. Onderhoudsvoorziening vastgoed(MJOP)
We verwachten in 2026 het geactualiseerde beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen voor te leggen aan het college en de raad voor de periode 2026 -2035. Het geactualiseerd Duurzame Meer Jaren Onderhoud Plan (DMJOP)  komt niet overeen met de huidige bedragen die zijn opgenomen in de begroting 2026-2029 . We hebben de prijsstijgingen al meegenomen in het geactualiseerde plan voor de periode 2026 -2035. Denk aan prijsstijgingen als gevolg van inflatie, oorlog in de Oekraïne en het Midden-Oosten, een tekort aan vaktechnisch personeel, stijging van de energieprijzen en onzekerheid op de financiële markten.

Een andere belangrijke oorzaak van de actualisatie van de budgetten is de  uitbreiding van het areaal in de afgelopen periode. Deze bestaat uit nieuwbouw, verwachte herbestemming van bestaande gebouwen, strategische aankoop van gebouwen en het voorlopig aanhouden van de gymzaal.  Elk gebouw vraagt onderhoud, zowel op korte- als de lange termijn. De energieprestatie van het gebouwen-areaal heeft aanvullend een grote impact op de kosten.  Het komende decennium komt er veel wet- en regelgeving op het gebied van naleving van de verduurzaming en energieverbruik van de gebouwen. Hierdoor stijgen de structurele lasten voor een bedrag, groot,  € 479.000. 

Het geactualiseerde onderhoudsplan (DJMOP 2026 - 2029) is gebaseerd op een door de raad in 2008 vastgesteld, minimaal onderhoudsniveau volgens de NEN2767-methode:

  1. onderhoudsniveau conditie 3 voor alle gebouwen, én
  2. onderhoudsniveau conditie 2 voor de publieksruimten in het gemeentehuis;

Gebouwen die herbestemming krijgen binnen een termijn van 5 jaar mogen op een lager niveau uitkomen, omdat anders budgetten versneld afgeschreven moeten worden, en we aan het desinvesteren zijn.

Een lager onderhoudsniveau dan reeds opgenomen in het DJMOP 2026 - 2029 werkt contraproductief. Er ontstaat steeds meer achterstallig onderhoud. Dit achterstallig onderhoud zal in de toekomst uitgevoerd moeten worden tegen veel hogere kosten. Het klachtenpatroon van gebruikers stijgt, met als gevolg dat er meer reactief, incidenteel onderhoud uitgevoerd dient te worden. Het is uit financieel oogpunt verstandiger om het onderhoud op niveau te houden. Zo ontstaat meer grip op de budgetten zoals opgenomen in het DJMOP 2026 - 2029.

7. Beleids- en beheersplannen
In 2026 zijn we bezig met het opstellen van enkele beleids- en beheersplannen. Het gaat hierbij om onderstaande vakgebieden.

a. Beleids- en beheersplan wegen

Op dit moment zijn we bezig met het vormgeven van het beleids- en beheerplan wegen. In dit plan wordt de ambitie en de strategie met betrekking tot de wegen in de openbare ruimte beschreven. Aanvullend op de ambitie en de strategie wordt ook de manier van beheren beschreven met de daarvoor benodigde financiële middelen. Deze financiële middelen zijn nog niet exact duidelijk en zijn daarnaast afhankelijk van de keuze van het kwaliteitsniveau. 

Het is echter een feit dat er bij het hanteren van eenzelfde kwaliteitsniveau van het huidige plan, extra financiële middelen gereserveerd zullen moeten worden ten opzichte van de huidige dotatie.  Op dit moment hanteren wij een gemiddeld kwaliteitsniveau B, gebaseerd op de CROW-systematiek.  Om dit kwaliteitsniveau te behouden, is op basis van een eerste grove raming een structurele jaarlijkse storting in de voorziening nodig van circa € 1.000.000.

Momenteel is de dotatie ongeveer € 760.000, er is dus een verhoging van € 240.000 benodigd. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op een eerste globale inschatting. De uiteindelijke hoogte van de benodigde dotatie kan nog wijzigen op basis van nader onderzoek. De definitieve uitkomsten worden opgenomen in het geactualiseerde meerjarig onderhoudsplan. De inhoud van het plan wordt later dit jaar ter behandeling aan de gemeenteraad voorgelegd.

b. Beleids- en beheersplan groen

Om de ambities uit het huidige groenstructuurplan uit te werken is een beleids- en beheersplan hier een logisch gevolg van. Hierin omschrijven wij wat wij beheren, binnen welke kaders en hoe wij dat doen. Hierin nemen wij voor de lange termijn structurele kosten en investeringen mee waar men rekening moet houden.                       

  1. Wettelijke kader bomen

Tijdens het opstellen van ons Beheer- en beleidsplan groen is zichtbaar geworden dat wij op dit moment niet voldoen aan de wettelijke verplichting op het gebied van bomenonderhoud. Om hieraan te voldoen hebben we structureel een bedrag nodig van € 262.000 op dit moment hebben wij echter maar € 71.000 beschikbaar waardoor een achterstand is ontstaan door het structureel tekort komen van financiële middelen. Om aan de zorgplicht te voldoen en de achterstand in te lopen wordt voorgesteld om € 45.000 voor 2027 en voor de periode 2028 – 2030 € 50.000 aanvullend budget beschikbaar te stellen, waardoor wij in 2030 aan onze zorgplicht kunnen voldoen.

     2. Regulier groenonderhoud

We zijn bezig met het opstellen van een Beheer-en beleidsplan Groen, hierin omschrijven we wat we nu doen in het groenbeheer en wat de kosten daarvan moeten zijn tegenover de huidig beschikbare middelen. Wat we nu al wel helder hebben is dat de beheerskosten de komende jaren alleen maar verder gaan toenemen, denk hierbij aan areaal uitbreiding, vergroening en de maatregelen voortkomende uit de Europese Natuurherstelverordening. In het plan nemen we voorstellen op om deze tijdens de looptijd te implementeren en deze bij de volgende actualisatie van het plan in de kosten mee te nemen.

9. Nieuwe bibliotheekwet

Onvermijdbaar/Wettelijk: 
Per 2027 treedt de nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) in werking. De bibliotheekwet behelst tot op heden een bevorderingstaak. Deze nieuwe bibliotheekwet introduceert een wettelijke zorgplicht voor gemeenten. Hierdoor wordt de bevorderingstaak omgezet naar een wettelijke verplichting. De zorgplicht houdt in dat “iedere gemeente in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen voorziet, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is”. Een passend aanbod van bibliotheekvoorzieningen bestaat uit:
1. Minimaal één bibliotheekvoorziening die de vijf functies uitvoert binnen redelijke afstand;
2. Aanwezigheid van een fysieke collectie;
3. Professionele personeelsbezetting;

In een handreiking van de VNG wordt richting gegeven voor een gezonde en robuuste exploitatiebijdrage. Voor een gemeente van de omvang van Heeze-Leende wordt daarbij een streefwaarde genoemd van € 22 per inwoner. Deze streefwaarde is een indicatie van het budget dat een bibliotheek gemiddeld nodig heeft om de WSOB-kernfuncties op een gezonde manier uit te voeren. Het bedrag van € 22 per inwoner is exclusief huisvestingslasten en exclusief de kosten voor de Bibliotheek op School. 
Toegepast op Heeze-Leende komt dit neer op een benodigde exploitatiesubsidie van, in totaal,  € 443.000. In de begroting van 2027 is voor de openbare bibliotheek zo'n € 310.000 opgenomen. Dit betekent een tekort van circa € 133.000. Met de huidige begroting is een bedrag van € 14 per inwoner beschikbaar voor het aanbod van bibliotheekvoorzieningen. 

In de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen  zijn vanaf 2027 extra middelen opgenomen voor de lokale bibliotheekvoorzieningen. In 2025 & 2026 zijn deze via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld, maar mogelijk zal dit vanaf 2027 via de Algemene Uitkering(Gemeentefonds) uitgekeerd worden. Voor Heeze-Leende is dit een jaarlijks bedrag, groot € 100.000.

Politieke keus:
De nieuwe bibliotheekwet behelst de wettelijke verplichting dat er minimaal één bibliotheekvoorziening binnen de gemeente is, die de vijf functies uitvoert. Zoals hierboven geschetst, kost het aanbieden van bibliotheekvoorzieningen aan alle inwoners in onze gemeente, waarbij we één,  fysieke bibliotheekvestiging in stand houden € 443.000.  De politieke keuze zal gemaakt moeten worden of we het huidige voorzieningenniveau in alle kernen overeind willen houden. Indien we dit willen, bedragen de totale exploitatiekosten € 473.000.  Dit betekent een tekort van circa € 163.000 (afgezet tegen de € 310.000 die we nu in de begroting, structureel, hebben opgenomen).

10. Preventief Wmo Toezicht
Preventief Wmo toezicht is een wettelijke taak van de gemeente; dit toezicht is niet eerder structureel uitgevoerd en met de huidige inzet voldoet de gemeente niet aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit, veiligheid en rechtmatige uitvoering van Wmo-voorzieningen.

11. Herijking Lokale Inclusie-agenda
De wettelijk, verplichte lokale inclusieagenda loopt af en moet voor de periode 2027–2030 opnieuw worden vastgesteld. Tegelijkertijd is een nieuwe projectleider nodig om regie te voeren op zowel de herijking als de uitvoering. Centrale ambitie is om inclusie structureel te verankeren binnen beleid, uitvoering en samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, in plaats van losse of tijdelijke initiatieven.

De projectleider (circa 4 uur per week) zorgt voor samenhang, afstemming tussen afdelingen en voortgang op concrete acties. De inzet richt zich op drie samenhangende pijlers: bewustwording, praktische toegankelijkheid en duurzame betrokkenheid van de samenleving. Daarnaast regie op kleinschalige, integrale toegankelijkheidsprojecten (bijv. kleine fysieke knelpunten). Aansluiting bij signalen van inwoners, evt. via een ‘kleine ergernissenlijst’ en samenwerking met partners.

Onderdeel hiervan is een doorlopende inclusiecampagne die inclusie zichtbaar en concreet maakt voor inwoners, ondernemers en de organisatie. Daarnaast is regie nodig op kleinschalige, integrale projecten rondom lichamelijke toegankelijkheid. Veel van deze knelpunten zijn relatief eenvoudig op te lossen, maar vragen om sturing omdat ze meerdere beleidsterreinen raken. Tot slot wordt ruimte gehouden voor waardering en stimulering van betrokkenen, onder andere via de IKAME-prijs en kleine vormen van erkenning.

12. Vervanging beglazing Rafaelschool Heeze 
De voormalige Rafaelschool is een gemeentelijk monument. Als eigenaar hebben we een verplichting tot instandhoudingsonderhoud van het pand. De houten delen, waaronder kozijnen, (voor)deur en overstekken moeten geschilderd worden. Het vervangen van de enkele beglazing is noodzakelijk vanwege verduurzaming. De herontwikkeling van het pand bevindt zich nog in de initiatieffase. Onbekend is nog welke vorm dit precies gaat krijgen. Echter vanwege de monumentale status van het pand zal de voorgevel niet gewijzigd worden. Het is niet nodig om over een paar jaar de kozijnen weer opnieuw te schilderen als dan de beglazing vervangen wordt. Daarom stellen we voor om het vervangen van de beglazing naar voren te halen en daarna schilderwerk uit te voeren. 

De definitieve keuze kan op dit moment nog niet worden gemaakt. Hierbij speelt het dilemma tussen duurzaamheid, functionaliteit en investering een belangrijke rol in de te maken afwegingen.

 

 

Autonome ontwikkelingen zonder financiële consequenties

Hieronder worden autonome ontwikkelingen per programma uiteengezet die we vooralsnog niet kunnen vertalen in financiële consequenties, maar waar we uw raad wel alvast over willen informeren.

Programma 1: Dienstverlening en Bestuur

De bedrijfsvoering van de gemeente Heeze-Leende wordt voor een groot gedeelte uitgevoerd door de GRSA2. Er wordt verwezen naar de ontwikkelingen die de GRSA2 in haar conceptbegroting 2027 benoemd.

Programma 2: Wonen, Bedrijven en Recreëren

Ontwikkeling Natuurgrenspark "De Groote Heide " als topvoorziening
Het bekend worden van de recente ontwikkeling tot topvoorziening vraagt van aangesloten gemeenten binnen "De Groote Heide" een tijdige vooruitblik, zowel beleidsmatig als financieel. Wanneer zich nieuwe subsidievormen aandienen t.b.v. de ontwikkeling van NGP "De Groote Heide" als topvoorziening voor de Brainportregio, is cofinanciering wenselijk.

Ontwikkeling drinkwaterlandschap "De Groote Heide"
In de samenwerking Natuurgrenspark "De Groote Heide" wordt onderzocht hoe we invulling kunnen geven aan het drinkwaterlandschap. In het ambitieplan van "De Groote Heide ", welke in 2026 wordt vastgesteld, beschrijven we de wensen voor het realiseren van nieuwe projectinitiatieven. Met het ambitieplan willen wij nieuwe financiële inkomsten genereren waarmee projecten zoals het drinkwaterlandschap gerealiseerd kunnen worden. Voor het drinkwaterlandschap doen we dit in samenwerking met Brabantwater en het Waterschap.

Ontwikkeling toekomstbestendig energiesysteem
Binnen het duurzaamheidsthema " Energie" speelt het onderwerp netcongestie.  We gebruiken met z’n allen steeds meer stroom. We gaan meer elektrisch rijden, produceren en verwarmen. Ook leveren we steeds meer stroom terug via zonnepanelen en windmolens. Deze groei gaat zo snel dat ons energienet het niet meer kan bijbenen.

Het leidt tot netcongestie: het elektriciteitsnet zit vol. Netcongestie zorgt voor vertraging in de uitvoering  van plannen voor bedrijven en overheden van (economische) groei, woningbouw en verduurzaming van woningen en bedrijfspanden (inclusief bedrijfsprocessen van midden en klein bedrijven).  De verwachting is ondanks verzwaring van het elektriciteitsnetwerk (hoog-, midden en laagspanning) dat netcongestie (afname) blijvend is vanwege de blijvende groei van de vraag naar elektriciteit.

Een oplossing ligt in het ontwikkelen van een lokaal toekomstbestendig energiesysteem.  Een lokaal toekomstbestendig energiesysteem is een decentrale energievoorziening waarbij duurzame energie op wijk-, dorps- of bedrijventerreinniveau wordt opgewekt, opgeslagen, verdeeld en verbruikt. Het doel is om de energievoorziening te verduurzamen en de belasting op het hoofdnetwerk te verminderen. Met de pilot netbewuste wijk Leenderstrijp is een eerste stap gezet in de ontwikkeling.

Gezien het feit dat netcongestie o.a. woningbouwplannen vertraagd is het wenselijk om op basis van de resultaten van de pilot netbewuste wijk Leenderstrijp een gemeente- breed toekomstbestendig energiesysteem te ontwikkelen.

Borging vindt plaats in het opstellen en actualiseren van warmteprogramma (aardgasloos maken van woningen en bedrijfspanden) en actualisatie van het duurzaamheidsbeleid.   

Vanuit het Rijk ontvangen gemeenten vanaf 2023 gelden via de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). De gelden voor 2026 zijn uitgekeerd aan het gemeentefonds via een decentralisatie-uitkering en zijn daarmee in principe vrij besteedbaar.

Voor 2027 worden de CDOKE gelden ook weer uitgekeerd aan het gemeentefonds via een decentralisatie-uitkering en zijn daarmee in principe weer vrij besteedbaar. Conform raadsbesluit d.d. 22 mei 2023 dienen deze ter dekking van  de uitvoeringskosten, met name personeelslasten.  Het exacte bedrag wordt waarschijnlijk bekend gemaakt in de meicirculaire 2026.

Om voortgang te houden in de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem,  kunnen we de CDOKE gelden voor 2027 inzetten voor duurzaamheid (energietransitie) met als doel dat o.a. de woningbouwopgave met zo min mogelijk vertraging kan worden gerealiseerd. 

De hoogte van de bedragen voor de jaren 2028 tot en met 2030 zijn op zijn vroegst bekend in september 2026. Naar verwachting krijgen deze uitvoeringsmiddelen de vorm van een bijzondere fondsuitkering (BFU). Deze middelen worden uitgekeerd via het gemeentefonds. Dat betekent om na 2027 ook  de ontwikkeling van het toekomstbestendig energiesysteem te kunnen bekostigen,  deze gelden ingezet kunnen worden voor duurzaamheid (energietransitie).

Energie efficiënte overheid
Overheidsinstanties spelen een belangrijke rol in de overstap naar duurzame energie en het behalen van de klimaatdoelen. Vanaf 2026 moeten zij minder energie gebruiken en hun gebouwen verduurzamen. Dit vloeit voort uit Europese richtlijnen (EED III en EPBD IV). 

Op grond van de EED moeten overheidsinstanties gezamenlijk jaarlijks aantoonbaar  1,9% energie besparen en 3% van hun vloeroppervlak naar een hoog niveau verduurzamen. Deze renovatieverplichting hangt nauw samen met de herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive, die inzet op Zero Emission Buildings voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.
In de EPBD zijn de eisen aangescherpt om het doel van een emissievrij gebouwenbestand in 2050 haalbaar te maken door onder meer in te zetten op het verbeteren van gebouwen met een slechte energieprestatie.

In 2050 moeten alle bestaande gebouwen in Nederland Zero Emission Buildings (ZEB) zijn, wat betekent dat ze geen CO2 uitstoten en aardgasvrij zijn. De energieprestatie van gebouwen is het uitgangspunt voor renovatiestrategieën en kwaliteitsverbetering. De focus in de EPBD ligt op het in een keer of stapsgewijs behalen van ZEB. De regels worden stapsgewijs ingevoerd vanaf mei 2026, met eisen voor energielabels bij renovatie, laadpunten en zonne-energie. 

 Met de invoering van minimale energieprestatie-eisen voor gebouwen worden duidelijke tussendoelen gesteld richting 2030 en 2033.

Voor utiliteitsgebouwen – waaronder onderwijs, sport en andere gebouwen met een maatschappelijke functie – geldt dat landelijk gezien: 

  • In 2030 de slechtste 16% moet zijn verbeterd;
  • In 2033 minimaal 26% moet zijn verbeterd.

Bij het uitwerken van deze eisen staat de energieprestatie van het gebouw centraal. Die vormt het uitgangspunt voor sturing op kwaliteit en verduurzaming.

Programma 3: Samen leven en Participeren

Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo

Het kabinet heeft besloten de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo uit te stellen. De maatregel treedt nu op zijn vroegst in werking per 1 januari 2028. Voor gemeenten betekent dit dat een eerdere besparing in 2027 niet wordt gerealiseerd. 

De invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo zorgt er landelijk voor dat gemeenten minder uitgeven aan Wmo-voorzieningen. Dit financiële effect werkt door via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor Heeze-Leende betekent dit naar verwachting een beperkt maar structureel financieel effect. Hoe groot dit effect precies is, hangt af van landelijke keuzes én van de samenstelling van de groep inwoners die gebruikmaakt van Wmo-voorzieningen. Omdat de wetgeving en de financiële uitwerking nog niet definitief zijn, kan nu geen concreet bedrag worden genoemd. 

Gemeenschappelijk regeling Samen voor Jeugd

Vanuit de Hervormingsagenda en de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg volgt de verplichting om vanaf 1 januari 2027 een publiekrechtelijke samenwerking op te richten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR). Samen voor Jeugd zal net als alle andere jeugdhulpregio’s in Nederland omgevormd worden tot een samenwerking die voldoet aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De oprichting van een gemeenschappelijke regeling is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een noodzakelijke stap om de jeugdzorg toekomstbestendig te maken. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden immers beter vastgelegd, waardoor er minder vrijblijvendheid is en meer rechtszekerheid voor alle deelnemende gemeenten. Dit professionaliseert de regionale samenwerking, wat essentieel is om de ambities en doelstellingen binnen de jeugdhulp te realiseren, de kwaliteit van zorg verder te verbeteren en de efficiëntie en slagkracht in de uitvoering van beleid en hulpverlening te vergroten.
Naar verwachting vindt in het najaar van 2026 de besluitvorming in de raad plaats. De financiële effecten hiervan zijn op dit moment niet in beeld.

Ontwikkeling Rijksbijdrage Opvang Oekraïners

Per maart 2027 eindigt naar verwachting de RTB (Richtlijn Tijdelijke Bescherming) voor Oekraïense ontheemden. Daarmee vervalt waarschijnlijk ook de huidige Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne (BooO). Hoewel nog geen definitieve regeling voor de periode na 2027 is vastgesteld, wijzen kabinetsbrieven en het aangekondigde langetermijnbeleid erop dat de huidige normvergoeding, € 44  per opvangplek, per dag,  zal verdwijnen. Het effect hiervan is dat de vergoeding een budgettair neutraal effect heeft (immers alleen de gerealiseerde kosten worden vergoed). Incidentele voordelen komen vanaf 2027 mogelijk te vervallen. 

Ontwikkelingen BUIG
Het aantal dossiers laat een stijging zien vanaf 2024 met 23%. Dat sluit aan bij het landelijk beeld. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een hogere instroom van jongeren. Deze doelgroep heeft vaak te kampen met een complexe ondersteuningsbehoefte. Ook zien we een toename door aanvragen van statushouders(asielzoekers).  De trajecten om beide doelgroepen uit te laten stromen, duren langer. 

Investeringen

In dit onderdeel staan de verhogingen van de vastgestelde investeringskredieten op basis van de geactualiseerde analyses. Verhogingen worden alleen opgenomen wanneer een krediet ook in uitvoering is. 

Alle bedragen x€ 1.000
Verhogingen van kredieten Oorspronkelijke krediet Ophoging Eindstand krediet Indicatie kapitaallasten ophoging
Verbinding Randweg-Poortmannen (2025) * 4.850 2.000 6.850 80
Herinrichting Geldropseweg 2024* 731 70 801 3
Verkabeling Nieuwe Hoeve (2025) * 260 1.500 1.760 60
Samen mee naar de A2 * 2.000 4.550 6.550 182
Huisvesting onderzoek Dirk Heziusschool 3.624 5.156 8.780 309
Totaal inventarisatie Kaderbrief 2027 11.465 13.276 24.741 634

Toelichtingen

Terug naar navigatie - Investeringen - Toelichtingen

Verbinding Randweg-Poortmannen (2025) 
In Heeze komt veel doorgaand verkeer, waaronder ook vrachtwagens, door de kern heen met herkomst en bestemming A67 en omliggende gebieden. Er zijn al maatregelen, zoals de aanleg van de Randweg en een vrachtwagenverbod, in het centrum genomen om dit probleem te verminderen.
Nu de Randweg klaar is en het vrachtwagenverbod van kracht is, is de behoefte aan een verbinding tussen de Randweg en Industrieterrein de Poortmannen dringender geworden om daarmee nog meer verkeer uit het centrum te weren.
Het doel van de variantenstudie "Randweg - Poortmannen" is om een goed onderbouwde voorkeursvariant te ontwikkelen; een verbindingsweg tussen de huidige Randweg en de toekomstige spoortunnel of gelijkvloerse spoorkruising bij de Industrieweg op bedrijventerrein De Poortmannen.

De oorspronkelijke raming uit 2021 is geïndexeerd op basis van landelijke GWW-kostenindices (CBS) en actuele marktgegevens voor landbouwgrond (Kadaster/NVM). Hierdoor is sprake van een kostenstijging van ongeveer 35% op aanlegkosten en 45% op grondverwerving. Pas als er een ontwerp is gemaakt kan er een concretere inschatting worden opgesteld.

Herinrichting Geldropseweg 2024
De herinrichting van de Geldropseweg heeft als doel de afwaardering naar een maximumsnelheid van 30 km/u te ondersteunen met passende maatregelen en het realiseren van een ruimtelijke kwaliteit waarbij de nadruk zowel op de ontsluitingsfunctie van de weg als op de uitstraling komt te liggen. De Geldropseweg fungeert immers als dorpsentree en het is als zodanig de ambitie er een hoogwaardig verblijfsgebied van te maken. Daarbij wordt het straatbeeld vergroend door het verminderen van verharding en het aanplanten van bomen en planten. Ook zal de herinrichting bijdragen aan het autoluwer maken van het centrum - de Kapelstraat en Jan Deckersstraat - en het aanmoedigen van doorgaand verkeer om de randweg te nemen.

In 2018 is een budgetraming gemaakt op basis van een ontwerp met kruisingen op plateaus en fietsstroken zoals deze nu ook aanwezig zijn op de Geldropseweg. Er is geen groen meegenomen in het ontwerp. Als alleen al gekeken wordt naar de prijsstijgingen van 2018 t.o.v. 2026 dan is er een aanzienlijk tekort. Bovendien is het maar zeer de vraag of het ontwerp wat als uitgangspunt is gebruikt voor de budgetraming past bij de huidige ambities. Het voorstel is daarom om bij de vaststelling van het schetsontwerp een nieuwe raming te laten maken die wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. 
De voorbereiding is in 2026 gestart.  Participatie moet bijdragen aan een breed gedragen schetsontwerp. Voor de verdere voorbereiding in 2027 (in ieder geval bodemonderzoek en engineeringskosten)  wordt een krediet gevraagd van € 70.000,-

In de budgetraming is alleen de realisatie meegenomen. Er zijn geen voorbereidingskosten opgenomen voor ontwerp en onderzoeken. 

Voorbereiding  Verkabeling Nieuwe Hoeve (2025)
Tennet zal in 2028 een basis ontwerp (BO) aanleveren voor de verkabeling van de Nieuwe Hoeven. Dit BO zal op basis van alle onderzoeken gemaakt worden. Voor dit BO is een krediet door de raad verstrekt van € 260.100. 
De raad zal in 2028 een verzoek krijgen tot verstrekken van een krediet voor de realisatie van de verkabeling van de Nieuwe Hoeven.  Op dit moment is nog niet in te schatten wat deze realisatie gaat kosten. Een grove inschatting is € 1.500.000,-  

Samen mee naar de A2 (SMNA2)
Project SMNA2 is in 2011 gestart om invulling te geven aan een verkeersveilige en toekomstvaste oplossing voor het (vracht)verkeer van en naar 't Chijnsgoed/Poort 43.  Ooit gestart als burgerinitiatief en geformaliseerd tot opdracht in samenwerking met Prov. NB, gem. Cranendonck en betrokken bedrijfsleven.  Na een stagnatie in het proces als gevolg van een bezwaar en beroep procedure is uiteindelijk in februari 2025 het bestemmingsplan onherroepelijk vastgesteld. Als gevolg van de vertraging in het proces en hernieuwde ontwerpkeuzes zijn de ramingen hoger uitgevallen dan in 2016 is voorzien. Totale realisatie van het project wordt geraamd (prijspeil 2025) op € 6,5 miljoen.  Dit bedrag moet meegenomen worden in de begrotingsbehandeling van 2027 en verder met dien verstande om integraal te kijken naar alle infraprojecten en kansen voor gebiedsontwikkeling.  Er is een bestemmingsreserve beschikbaar voor een bedrag, van circa € 1,3 miljoen.  Vooralsnog is een kostenverdeling 70% voor Heeze-Leende en 30% voor Cranendonck afgesproken. Echter de kostenverdeling is nu onderwerp van gesprek tussen beide gemeenten. 

Toekomstbestendige onderwijshuisvesting basisschool "Dirk Hezius" te Heeze
Op basis van het uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek zijn voor basisschool “Dirk Hezius” verschillende scenario’s onderzocht om het bestaande schoolgebouw toekomstbestendig te renoveren. 
De totale investeringsopgave bedraagt tussen de € 6.000.000 en € 8.780.000, afhankelijk van de scenariokeuze. In de begroting is al een investeringskrediet opgenomen van € 3.624.000 maar dit bedrag blijkt onvoldoende te zijn ongeacht het gekozen scenario.
Als de gemeenteraad aanvullend krediet beschikbaar stelt, wordt dit toegevoegd aan het reeds beschikbare investeringskrediet en verantwoord op hetzelfde grootboeknummer.  Zonder deze aanvullende middelen is het niet mogelijk het schoolgebouw duurzaam en toekomstbestendig te renoveren.