Niet-autonome ontwikkelingen

Dit hoofdstuk is opgenomen om u zo volledig mogelijk te informeren.  De niet-autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die voorlopig niet financieel zijn vertaald in de kaderbrief.  Het zijn ontwikkelingen die nader getoetst worden door het college van B&W.  Mogelijk dus dat een aantal van deze punten worden opgenomen in de begroting.  U kunt hieraan richting geven middels motie of amendement. Ook hiervoor geldt dat besluitvorming plaatsvindt ten tijde van de begroting.  Dit hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Ontwikkelingen nog niet getoetst
  • Investeringen (niet-autonoom)

Ontwikkelingen nog niet getoetst

Hieronder geven wij u een voorlopige inschatting van ontwikkelingen die nog niet volledig kwantificeerbaar zijn. Waar mogelijk zijn bedragen vermeld, dit zijn echter voorlopige inschattingen. Bovendien worden deze ontwikkelingen nog getoetst aan het raadsakkoord.

Alle bedragen x€ 1.000
Beleidsontwikkelingen (niet-autonoom) 2027 2028 2029 2030
Programma 1: Dienstverlening en Bestuur
1 Implementatie Participatieverordening -98 -48 - -
Programma 2: Wonen, Bedrijven en Recreëren
2 Invoering " Wet versterking regie op de Volkshuisvesting " Pm Pm Pm Pm
3 Realisatiestimulans woningbouw Pm Pm Pm Pm
4 Woonzorgvisie 2024 – 2027: uitvoering project "Woonleefcirkel" -17 -17 - -
5 Waarderend onderzoek cultureel erfgoed -50 - - -
Programma 3: Samen leven en Participeren
6 Versterken voorliggend veld jeugd -94 -94 -94 -94
7 Subsidieverlening aan dorpshuizen en dekking professionalisering - -100 -100 -100
8 Vervangen inrichting dorpshuizen -10 - - -
9 Uitvoeringsbudget beweging zorg naar preventie -30 -30 -30 -30
10 Stimuleringsbudget gemeenschapsversterkend werken -25 -25 -25 -25
11 Meerjarige samenwerkingsovereenkomst buurtgezinnen -31 -31 -31 -31
12 Uitvoeringsbudget sportakkoord -14 -14 -14 -14
13 Huishoudelijke hulp (Wmo) Pm Pm Pm Pm
14 Beweging naar positieve gezondheid (AZWA) Pm Pm Pm Pm
15 Uitvoeren beleidsplan sociaal domein 2024-2027 e.v. Pm Pm Pm Pm
16 Participatiewet "In Balans" Pm Pm Pm Pm
17 Armoedebeleidsplan Pm Pm Pm Pm
18 Wijk-GGZ -75 -75 -75 -75
Totaal beleidsontwikkelingen (niet-autonoom) -444 -434 -369 -369

Toelichtingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen nog niet getoetst - Toelichtingen

Programma 1: Dienstverlening en Bestuur

Uitvoering participatieverordening  implementatieplan
De implementatie van de participatieverordening is, gelet op het vastgestelde wettelijke kader, een onontkoombare opgave en wordt gefaseerd over drie jaar uitgevoerd. Het implementatieplan (in ontwikkeling) werkt met leer- en ontwikkelsporen, waarbij via pilotprojecten in verschillende beleidsdomeinen ervaring wordt opgedaan met diverse vormen en niveaus van participatie, waaronder co-creatie. Parallel hieraan wordt de organisatie versterkt via gerichte leer- en werksessies en wordt participatie verankerd in de reguliere werkprocessen. 

De pilotprojecten worden uitgevoerd binnen de bestaande organisatie. Voor procesbegeleiding, co-creatie, leer- en werksessies en de overkoepelende projectcoördinatie is externe inzet noodzakelijk. Waar aanvankelijk werd uitgegaan van een uitvoeringsperiode van 1,5 tot 2 jaar, wordt voorgesteld te kiezen voor een driejarig programma, zodat de kosten worden gespreid en de borging wordt versterkt. Conform het raadsvoorstel inzake de participatieverordening worden de uitvoeringskosten nader uitgewerkt in het implementatieplan.

Programma 2: Wonen, Bedrijven en Recreëren

Invoering " Wet versterking regie op de Volkshuisvesting "
De beoogde inwerkingtreding van deze wet is 1 juli 2026. De "Wet versterking regie op de volkshuisvesting " (Wvrv) is bedoeld om de overheid – Rijk, provincies én gemeenten – weer nadrukkelijker sturingsmogelijkheden te geven bij het oplossen van de woningnood. De wet legt vast dat volkshuisvesting weer expliciet een publiek belang is waarop de overheid kan sturen:
hoeveel woningen, waar, en voor wie ze worden gebouwd. Dat gebeurt niet vrijblijvend, maar met juridisch afdwingbare instrumenten. Belangrijke doelen zijn:

  • Versnelling van de woningbouw;
  • Voldoende betaalbare woningen;
  • Een evenwichtige verdeling van woningen over regio’s en doelgroepen;
  • Het verkorten van procedures bij woningbouwprojecten

Op grond van deze wet moet de gemeente binnen één jaar na inwerkingtreding een volkshuisvestingsprogramma vaststellen, afgestemd op de provinciale kaders, regionale woningbouwafspraken en nationale doelstellingen voor betaalbaarheid en aantallen. Ook moet de gemeente verplicht een huisvestingsverordening vaststellen met een urgentieregeling.
De invoering van deze wet vergt extra capaciteit. Het Rijk heeft  daarom voor de invoering van deze wet, extra middelen via de Decembercirculaire in 2025 beschikbaar gesteld.

Realisatiestimulans woningbouw
Vanaf 2026 wordt er door het Rijk een realisatiestimulans uitgekeerd aan gemeenten voor de bouw van betaalbare woningen. Gemeenten ontvangen een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw (is) (ge)start in de periode 2025-2029. Met deze financiële regeling wil de Rijksoverheid de bouw van meer betaalbare woningen stimuleren. Voor Heeze-Leende waren dat in 2025 33 woningen en voor 2026 naar verwachting 87 woningen. De bijdrage is niet specifiek voor deze woningen maar kan vrij besteedbaar worden ingezet voor de woningbouwopgave. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om deze middelen toe te voegen aan reserves of fondsen, de bijdrage in te zetten ter dekking van tekorten en investeringen bij woningbouw of de bijdrage te benutten aan het aantrekken van ambtelijke capaciteit om de woningbouwopgave beter te kunnen vervullen. 

Woonzorgvisie 2024 – 2027: uitvoering project " Woonleefcirkel "
Op 14 oktober 2024 heeft de gemeenteraad de Woonzorgvisie vastgesteld. Op basis van deze woonzorgvisie is een uitvoeringsplan opgesteld, waarin verschillende opgaven zijn benoemd. Eén van deze opgaven betreft het opzetten van een "woon-leef-cirkel " in Leende. Een woon-leef-cirkel helpt om de woonzorgvisie concreet te vertalen naar de praktijk door wonen, zorg en welzijn op kernniveau dichtbij te organiseren. Hiermee wordt langer zelfstandig wonen ondersteund, worden sociale netwerken versterkt en wordt ingezet op preventie. Voor de uitvoering van de woon-leef-cirkel is de inzet van een projectleider noodzakelijk. De woon-leef-cirkel wordt gezamenlijk vormgegeven door de gemeente, zorginstelling Valkenhof en woningcorporatie WoCom. De kosten voor de uitvoering van de woon-leef-cirkel worden gezamenlijk gedragen door de gemeente (40%), zorginstelling Valkenhof (40%) en woningcorporatie WoCom (20%). De gemeentelijke bijdrage is ter financiering van de inzet van een projectleider.

Waarderend onderzoek cultureel erfgoed
De Omgevingswet ziet toe op bescherming van cultureel erfgoed. Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Dit volgt uit artikel 5.130 lid 1, van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Deze instructieregel geldt nadrukkelijk ook voor bekende en aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.
De gemeente Heeze-Leende heeft in 2026 een inventarisatie van al het cultureel erfgoed uitgevoerd, dit is inzichtelijk via de geactualiseerde erfgoedkaart. Op basis van de erfgoedkaart kan de gemeente bouwwerken en locaties aanwijzen als monument, archeologische monumenten, stads- of dorpsgezicht, cultuurlandschap of ander cultureel erfgoed.
Ter bescherming van het cultureel erfgoed moet de gemeente in het omgevingsplan regels stellen (artikel 5.130, lid 2, Bkl). Om te bepalen welke regels van toepassing zouden kunnen zijn voor het cultureel erfgoed, is het van belang dat sommige historische locaties en archeologisch waardevolle plekken gewaardeerd gaan worden. Deze waardering zal in 2027 van start moeten gaan, rekening houdende met de deadline van de invoering van het definitieve omgevingsplan. 

Programma 3: Samen leven en Participeren

Versterken voorliggend veld jeugd

De landelijke Hervormingsagenda Jeugd legt een sterke nadruk op preventie en het versterken van het gewone leven van jongeren en ouders. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen kunnen op een laagdrempelige manier terecht dichtbij, in de wijk.

Vanuit  "Opgroeikracht" bouwen we met een netwerk van professionals en inwoners aan het verstevigen van de pedagogische basis. waarbij het uitgangspunt is dat elk kind zich goed op zijn plek voelt in onze gemeente. We versterken en creëren lokale steunstructuren met betrekking tot opgroeien en opvoeden waarbij we de natuurlijke omgevingen van jeugdigen en ouders benutten zoals de kinderopvang en het basisonderwijs. De professionals binnen het voorliggend veld vormen de eerste laag van ondersteuning en preventie binnen het sociaal domein van de gemeente. 

Binnen dat voorliggende veld staan preventie, vroeg signalering, normaliseren en versterking van eigen kracht centraal. Door laagdrempelige ondersteuning dicht bij kinderen, jongeren en gezinnen te organiseren, wordt beoogd om problemen vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat lichte zorgen uitgroeien tot zwaardere problematiek waarvoor specialistische jeugdhulp nodig is. Denk hierbij aan het jongerenwerk, ambulante gezinsondersteuning, trainingen/cursussen rondom opvoeden en opgroeien, de jeugdgezondheidszorg. 

Het doel van het voorliggende veld jeugd is dat zoveel mogelijk kinderen en jongeren zichzelf kunnen redden, zich optimaal kunnen ontwikkelen en zich gezien en gesteund voelen, met inzet van ondersteuning die zo licht als mogelijk is en zo dichtbij als nodig.

We zijn de afgelopen twee jaar vanuit "Opgroeikracht" gestart met het organiseren van kleinschalige bijeenkomsten om ontmoeting tussen ouders te stimuleren, kennis rondom opvoeden en opgroeien met elkaar te delen om met elkaar het opvoeden makkelijker te maken. We zijn gestart met een nieuw jongerencentrum met inloopmiddagen en avond, een aanbod voor zwangere, voor ouders van het jonge kind, het ontwikkelingsgericht overleg in het basisonderwijs en een eerste aanbod voor ouders van jonge pubers. Inwoners zijn enthousiast over de bijeenkomsten die we organiseren en we zien nieuwe onderlinge contacten ontstaan. De komende jaren maken we een doorontwikkeling in het laagdrempelige aanbod. Om die doorontwikkeling te maken moeten we de uren binnen het team jeugd en de jeugdgezondheidzorg uitbreiden. 

Hierin kunnen we werken met 3 scenario's:

Scenario 1 (minimum variant): 
Bij scenario 1 wordt het aantal beschikbare uren voor preventie jeugd van 8 naar 16 uur uitgebreid. Daarnaast breiden we de maatwerkuren JGZ uit met € 10.000 voor het organiseren van kleinschalige bijeenkomsten met ouders.

Scenario 2 (tussenvariant):
Scenario 1 aanvullend uitbreiden met 4 uur extra voor de toegang jeugd in verband met de beweging naar het ontwikkelingsgericht overleg. 

Scenario 3 (maximum variant): 
Scenario 2 aanvullend uitbreiden met 4 uur extra voor het jongerenwerk om ook op de scholen aanwezig te kunnen zijn voor bepaalde onderwerpen/thema's waar vanuit onderwijs behoefte aan is. 

Subsidieverlening aan dorpshuizen en dekking professionalisering dorpshuizen

In de begroting zijn per dorpshuis structureel middelen opgenomen voor subsidie, daterend van vóór de doorontwikkeling van het dorpshuizenbeleid. In het kader van deze doorontwikkeling is vastgesteld dat deze structurele middelen ontoereikend zijn
en dat een hogere structurele subsidie noodzakelijk is.

De gemeenteraad heeft daarom, vooruitlopend op de doorontwikkeling, bij het vaststellen van de begroting 2025 aanvullende middelen beschikbaar gesteld:

  • € 300.000 voor 2025
  • € 200.000 voor 2026 
  • € 100.000 voor 2027

In 2025 is de rolverdeling tussen gemeente en stichtingsbesturen nader uitgewerkt en vertaald naar de subsidieverlening voor 2026. Met de reeds beschikbare structurele middelen en de aanvullende middelen was hiervoor voldoende dekking.
In 2027 ontstaat echter een knelpunt, omdat de incidentele aanvullende middelen € 100.000 lager zijn dan in 2026.

In de begroting is daarnaast structureel een bedrag van € 95.000 opgenomen voor professionalisering van dorpshuizen. Vanaf 2027 is dit budget beschikbaar ter dekking van de subsidie aan de dorpshuizen.
In combinatie met de incidentele € 100.000 is in 2027 daarmee € 200.000 extra beschikbaar, waarmee de subsidie binnen de huidige opzet kan worden voortgezet.

Voor de jaren na 2027 zijn geen incidentele aanvullende middelen meer beschikbaar Om de subsidie dorpshuizen vanaf 2028 binnen de huidige opzet voort te kunnen zetten, zijn structureel aanvullende middelen noodzakelijk.

Vervangen  inrichting dorpshuizen

In het verleden waren de stichtingsbesturen van de drie dorpshuizen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en vervanging van de inrichting en inventaris. Doordat de exploitatie van de dorpshuizen steeds meer onder druk kwam te staan, werd het voor hen ook steeds moeilijker om vervangingsinvesteringen te dekken vanuit hun exploitatie.

Tijdens de doorontwikkeling is dit ook vastgesteld en heeft het college eind 2024 besloten om de verantwoordelijkheid voor de vervanging van inventaris en inrichting over te nemen. Het gaat hierbij om investeringen in inventaris en inrichting nádat de economische levensduur is afgelopen en er ook noodzaak is tot vervanging omdat de onderhoudskosten te hoog worden of omdat de materialen defect of niet meer bruikbaar zijn. Mocht blijken dat de financiële positie van de dorpshuizen zich over de jaren weer ontwikkelt tot een gezonde exploitatie, dan kan op basis van de periodieke evaluatie van de doorontwikkeling van de dorpshuizen ook worden voorgesteld aan het gemeentebestuur om de dorpshuizen zelf weer verantwoordelijk te maken voor vervangingsinvesteringen in inventaris en inrichting.

Uitvoeringsbudget beweging zorg naar preventie  

Voor het versterken van de fysieke en mentale kracht van inwoners richten we ons op de belangrijke overgangsmomenten in het leven: zwangerschap, jong ouderschap, jonge kind, overgang naar middelbare school, puberteit, jongvolwassenheid, life events.

We werken hierbij aanbodgericht waarbij we ons baseren op structurele signalen vanuit ons netwerk van inwoners professionals en vrijwilligers. Voor jeugdigen werken we hierin met professionals in het netwerk Opgroeikracht en een ouderklankbordgroep. 

We stimuleren ontmoeting en bieden een noodzakelijk preventief aanbod  aan voor inwoners (oa. trainingen/cursussen).  De kleinschalige trainingen en ontmoetingen versterken de zelfredzaamheid van inwoners . Mentale klachten, stress, eenzaamheid en lichamelijke inactiviteit zijn belangrijke oorzaken voor de toenemende zorgvraag, verminderde participatie en uitval op werk en vrijwilligerswerk. Juist door vroegtijdig en laagdrempelig in te grijpen kan duurdere ondersteuning voorkomen worden.

Indien er vanuit Rijk geen structurele middelen vrijkomen voor dit aanbod waarmee we de beweging van zorg naar preventie maken, hebben we structurele financiële middelen in de begroting nodig voor deze activiteiten en ontmoetingen. 

Stimuleringsbudget gemeenschapsversterkend werken

Met dit thema stimuleren we kleinschalige initiatieven in en vanuit de dorpskernen gericht op leefbaarheid en sociale samenhang. We werken met elkaar aan levendige kernen.

Middels het opbouwwerk zijn we voor inwoners laagdrempelig en zichtbaar in buurten en wijken. Opbouwwerk functioneert als een preventieve schakel in het sociaal domein, door vroegtijdig signalen te ontvangen, kunnen problemen worden aangepakt voordat ze escaleren en zwaardere/duurdere vormen van hulp nodig zijn.

We zien vanuit het opbouwwerk een beweging op gang komen vanuit inwoners om met elkaar de leefbaarheid en ontmoeting te stimuleren. Hieruit vloeien, in de dorpskernen,  diverse burgerinitiatieven voort waarvoor onze opbouwwerkers het eerste aanspreekpunt zijn.

Door inwoners met elkaar te verbinden en te ondersteunen met initiatieven ontstaat meer onderling vertrouwen, betrokkenheid en saamhorigheid. Dit vergroot de veerkracht van de gemeenschap en vermindert gevoelens van eenzaamheid en sociaal isolement.

Indien er vanuit Rijk geen structurele middelen vrijkomen voor dit aanbod waarmee we de beweging van zorg naar preventie maken, hebben we structurele financiële middelen in de begroting nodig voor het ondersteunen van deze initiatieven vanuit inwoners.

Meerjarige samenwerkingsovereenkomst buurtgezinnen

De gemeente werkt nu 3 jaar met Buurtgezinnen via een jaarlijkse samenwerkingsovereenkomst. De samenwerking met Buurtgezinnen is tot op heden met tijdelijke Rijksmiddelen gefinancierd.

Onder het motto ‘Opvoeden doen we samen’, koppelt Buurtgezinnen gezinnen die steun kunnen gebruiken aan een stabiel gezin in de buurt. Zo krijgen kinderen wat extra liefde en aandacht en worden ouders ontlast. Buurtgezinnen draagt eraan bij dat kinderen positief opgroeien in hun eigen gezin, versterkt de gemeenschapszin en vermindert beroepsmatige hulp en uithuisplaatsingen.

Buurtgezinnen zet in opdracht van de gemeente Heeze-Leende, gedurende 45 werkweken, een coördinator voor 7 uur per week in. Deze coördinator zal in deze uren 5 tot 7 nieuwe koppelingen tussen vraaggezinnen en steungezinnen in de gemeente maken en de koppelingen die al eerder gemaakt zijn tussen gezinnen onderhouden.

Buurtgezinnen maakt deel uit van ons voorliggende preventieve aanbod vanuit Opgroeikracht . De coördinator is inmiddels goed ingebed in het lokale formele en informele netwerk, de bekendheid van Buurtgezinnen loopt naar tevredenheid en we merken dat het taboe om als gezin steun via Buurtgezinnen te vragen afneemt.

Uitvoeringsbudget sportakkoord

Met het wegvallen van de middelen uit het Sportakkoord per 2027 ontstaat een structureel tekort binnen de sportbegroting. Deze middelen werden ingezet voor de website Actief in Heeze-Leende, het kennismakingsprogramma Sjors Sportief & Creatief, de regionale bijdrage aan Uniek Sporten en de ondersteuning van sportverenigingen. Daarnaast vervallen met het beëindigen van het landelijke Sportakkoord ook de bijbehorende landelijke ondersteuningsmiddelen. In de afgelopen anderhalf jaar is circa €15.000 aan ondersteuning via deze externe middelen benut. Deze inzet is niet zichtbaar in de gemeentelijke begroting, aangezien deze extern is gefinancierd. Om de continuïteit van deze voorzieningen en de ondersteuning van sportverenigingen te waarborgen, zijn aanvullende middelen benodigd.

Huishoudelijke hulp (Wmo)

In het landelijke coalitieakkoord is vastgelegd dat huishoudelijke hulp per 1 januari 2029 wordt geschrapt als Wmo-maatwerkvoorziening. Inwoners die dit financieel kunnen dragen, zullen deze ondersteuning dan zelf bekostigen. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor ondersteuning van inwoners die daartoe niet in staat zijn.

Het kabinet beschouwt deze maatregel als aanvullend op de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage; beide maatregelen worden dus afzonderlijk ingevoerd. De precieze gevolgen voor inwoners, uitvoering en gemeentelijke financiën worden de komende periode verder uitgewerkt.
Er is verder afgesproken dat (een deel van) de Wmo in de toekomst apart wordt gefinancierd, in plaats van via het gemeentefonds, met een objectieve indexering die rekening houdt met kostenontwikkeling en vergrijzing; de verdere uitwerking volgt in juni 2026.

Beweging naar positieve gezondheid (AZWA)

Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vormt de doorontwikkeling van het IZA en GALA en richt zich op een structurele samenwerking tussen het sociaal domein en de zorg. Doel is het beperken van de instroom in curatieve zorg (Zvw) door preventie, vroeg-signalering en betere aansluiting tussen zorg en welzijn, met gelijkwaardige toegang voor inwoners.

Het AZWA werkt langs vijf leefgebieden: mentale gezondheid, vitaal ouder worden, leefstijl, kansrijk opgroeien en het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Binnen deze leefgebieden worden zogenoemde basisfunctionaliteiten ingericht, zoals valpreventie, sociaal verwijzen, laagdrempelige steunpunten, kansrijke start, overgewicht- en obesitasaanpak en mentale gezondheidsnetwerken. Deze interventies zijn gericht op aantoonbare preventie en kostenbesparing in de zorg en past binnen onze beweging van zorg naar preventie. Vanaf 2027 komen er extra structurele middelen beschikbaar voor gemeenten via het AZWA. De verdeling vindt plaats via een nog vast te stellen generieke verdeelsleutel.

Uitvoeren beleidsplan sociaal domein 2024-2027 e.v.

In 2024 heeft de raad het beleidsplan sociaal domein 2024-2027 vastgesteld. Het beleidsplan is erop gericht dat elke inwoner zich goed op zijn plek voelt in onze gemeente. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen nu en in de toekomst versterken we de gezondheid, het welzijn en zelfredzaam vermogen van onze inwoners vanuit 3 thema's: De beweging van positieve gezondheid, Samen sociaal sterk en Samen kansen creëren. Een belangrijk richting gevend principe in alle drie de thema's is dat we de beweging van zorg naar preventie maken. Door te investeren op preventie willen we inwoners zo vroeg mogelijk versterken in hun zelfredzaamheid. Daardoor is het voor minder inwoners nodig om gebruik te maken van maatwerkvoorzieningen of gespecialiseerde hulp.

Met het thema 'De beweging van positieve gezondheid' streven we ernaar dat onze inwoners mentaal en fysiek gezond zijn en een positieve gezondheid ervaren en op die manier op een volwaardige manier mee kunnen doen in de samenleving.  Met het thema 'Samen sociaal sterk' stimuleren we kleinschalige initiatieven in en vanuit de dorpskernen gericht op leefbaarheid en sociale samenhang. We werken met elkaar aan levendige kernen. Met het thema 'Samen kansen creëren' willen we bereiken dat inwoners kansrijk op kunnen groeien en mee kunnen doen aan het dagelijks leven.

We zijn nu twee jaar bezig met het uitvoeringsplan sociaal domein. De beweging van zorg naar preventie vraagt om extra investeringen. Tot op heden hebben we met tijdelijke financiële middelen gewerkt, vooral ook om met elkaar te bepalen met welke investeringen we beoogde impact kunnen realiseren.  We hebben nu goed zicht op de wijze waarop de gewenste impact ontstaat, zowel met betrekking tot het versterken van de pedagogische basis (opvoeden en opgroeien) als het versterken van samen- en zelfredzaamheid van volwassenen in samenwerking met de gemeenschap.

Ook is de gevraagde ontwikkeling vanuit de gemeente ten aanzien van landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, Bibliotheekvoorzieningen en Wmo duidelijker. Hiermee kan, vanuit de contouren die nu geschetst zijn, een eerste financiële doorkijk voor de komende jaren worden gemaakt.

Participatiewet "In Balans"

De gemeente voert de Participatiewet uit, dit betreft een landelijke regeling. Eind 2025 is het wetsvoorstel Participatiewet "In Balans" aangenomen. Dit omvat wetswijzigingen die als doel hebben om evenwicht te brengen tussen de 3 kernelementen van de Participatiewet:

1.         Bestaanszekerheid
2.         Participatie
3.         Handhaving.

In 2026 is de eerste fase  ingevoerd, de overige wetswijzigingen volgen in 2027. De Participatiewet "In Balans" legt ook meer nadruk op maatschappelijke participatie. Inwoners kunnen aanspraak maken op ondersteuning hierbij.  De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet in te schatten.

Armoedebeleidsplan

De drie samenwerkende A2-gemeenten leggen in 2027 een nieuw integraal armoedebeleidsplan ter besluitvorming aan de raad voor, met beoogde inwerkingtreding vanaf 2028. In dit plan worden het minimabeleid en het schulddienstverleningsbeleid in samenhang herijkt en doorontwikkeld, met als doel inwoners met financiële problematiek effectiever te ondersteunen. De financiële consequenties hiervan zijn nog niet te becijferen.

Wijk-GGZ

De wijk-GGZ’er ondersteunt inwoners met (dreigend) onbegrepen gedrag door vroegtijdig signaleren, stabiliseren en het toeleiden naar passende ondersteuning. De inzet heeft een duidelijke preventieve werking: door nabijheid in de wijk, laagdrempelig contact en tijdige interventie worden beginnende problemen eerder herkend en aangepakt. Hierdoor wordt voorkomen dat situaties escaleren tot crisis, overlast of langdurige en zware zorgtrajecten. Preventie richt zich daarbij niet alleen op de inwoner, maar ook op het versterken en ontlasten van het netwerk en professionals binnen het sociaal- en veiligheidsdomein.

De wijk-GGZ’er fungeert als verbindende schakel tussen zorg, welzijn en veiligheid en werkt nauw samen met het sociaal team, huisartsen, politie en GGZ-partners. Deze integrale werkwijze draagt bij aan het zo veel mogelijk voorkomen van escalatie en zwaardere inzet op een later moment. De ervaringsdeskundige vormt een waardevolle aanvulling op de wijk-GGZ’er door vanuit eigen ervaring met psychische kwetsbaarheid en herstel laagdrempelig en gelijkwaardig contact te maken met inwoners. Vanuit herkenning en vertrouwen ondersteunt de ervaringsdeskundige het duiden van signalen, het versterken van eigen regie en het toeleiden naar passende ondersteuning. Hiermee wordt de preventieve werking versterkt en neemt het bereik en de effectiviteit van de inzet in de wijk toe. De kosten hiervoor bedragen € 75.000, structureel. Vanuit landelijke partijen (VNG, Platform Sociaal Domein en ZonMw) is aangegeven dat er nog geen duidelijkheid bestaat over structurele financiering. Oorspronkelijk was sprake van landelijke financiering via ZonMw, maar hierover vinden momenteel intensieve gesprekken plaats en besluitvorming wordt op zijn vroegst eind 2026 verwacht. Zodra hier meer duidelijkheid over ontstaat, wordt de gemeenteraad geïnformeerd.

 

Investeringen (niet-autonoom)

Alle bedragen x€ 1.000
Nieuwe investeringen Verwacht jaar van gereedmelding Verwacht investeringsbudget Indicatie kapitaallasten
Duurzame inrichting blauwe zones centrum Heeze 2027 35 2
Korte Termijn Maatregelenpakket 2 (KTM 2) n.t.b. 2.250 90
A67 Restbudgetten n.t.b. 5.500 220
Totaal inventarisatie Kaderbrief 2027 7.785 312

Duurzame inrichting blauwe zones centrum Heeze
Op 15 januari 2024 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen voor een pilot met een blauwe zone in het centrum van Heeze.  Na overleg met ondernemers en bewoners en verdere voorbereiding in 2024 is de pilot in februari 2025 van start gegaan. De pilot duurde 6 maanden en is daarna geëvalueerd.  Op 15 oktober 2025 heeft het college een verkeersbesluit genomen, waarmee de pilot is omgezet in een definitieve situatie.
Ten behoeve van de pilot zijn de noodzakelijke verkeersborden geplaatst en is blauwe wegenverf aangebracht op de parkeervakken. De verkeersborden blijven staan in de definitieve situatie. Van de blauwe wegenverf is bekend dat deze binnen enkele maanden loslaat van de gebakken klinkers. Voor een duurzame inrichting van de openbare ruimte is het vervangen van klinkers met wegenverf door geglazuurde klinkers gewenst.
De inkoop van ca. 2800 blauw geglazuurde klinkers kost € 25.000,- ex btw. De maakkosten bedragen ca. € 10.000 ex btw waardoor de totale investering € 35.000,- ex btw bedraagt. 

De parkeerzone is aangegeven met verkeersborden en blauwe lijnen over het wegdek die op dit moment nog wel zichtbaar zijn. Om te voldoen aan de inrichtingseisen, moeten ook de parkeervakken voorzien worden van blauwe markering.  Voor de herkenbaarheid  is dit ook zeer wenselijk en door de winkeliers wordt hier ook om gevraagd.
Het periodiek aanbrengen van wegenverf is niet duurzaam en kost daarnaast enkele duizenden euro's per keer.  Blauw geglazuurde klinkers hebben daarnaast een uitstraling die kwalitatief beter past in het centrum van Heeze.  

Na beschikbaar stellen van het budget worden de klinkers besteld. De levertijd van de blauw geglazuurde klinkers is 10 - 12 weken waarna een aannemer het werk zal uitvoeren.
De werkzaamheden nemen ca. twee werkweken in beslag. 

Korte Termijn Maatregelenpakket 2 (KTM 2)
Het Korte Termijn Maatregelenpakket 2 (KTM 2) is een set van mobiliteitsmaatregelen uit de Beethovendeal. De Beethovendeal is gericht op het verbeteren van bereikbaarheid en doorstroming in de Brainport Eindhoven. Het pakket richt zich o.a. op  de  verstedelijkingsopgave, duurzame mobiliteit en regionale mobiliteitshubs.

Voor de gemeente Heeze-Leende, als onderdeel van de Deelregio Zuid,  zijn hierin opgenomen:
1. De "Doortraproute Eindhoven - Weert"
2. De aansluiting van het fietspad "Heeze - Aalst"

De 2 projecten kosten € 2,25 miljoen, exclusief structurele (onderhouds)lasten.  De kosten voor deze projecten zijn als volgt opgebouwd:
- € 1,7 miljoen voor het project: "Doortraproute Eindhoven - Weert" gebaseerd op de route gebonden financieringssystematiek. Bedrag onder voorbehoud en kan wijzigen als gevolg van een nadere uitwerking en ontwerpkeuzes. 
- € 550.000 via het budget MRE-bijdrage Randweg Eindhoven.
- Structurele (onderhouds)kosten zijn nog niet voorzien en kunnen later op basis van de nadere uitwerking bepaald worden. en zijn, vooralsnog een PM-post.

Het KTM2-pakket wordt gefinancierd via een forse Rijks- en regionale bijdrage aan de projecten die onderdeel vormen van het KTM2-pakket.


A67 Restbudgetten
Als gevolg van het pauzeren van 17 grote wegen- en vaarwegenprojecten door Rijkswaterstaat is er een restbudget beschikbaar gekomen voor mitigerende maatregelen op het onderliggende wegennet gericht op duurzame mobiliteit.
Voor Heeze-Leende betreft dit de situatie op de Geldropseweg ter hoogte van de aansluiting A67. Voorgesteld wordt om het fietsverkeer naar de westzijde van de Geldropseweg te brengen waardoor de doorstroming en verkeersveiligheid voor fietsers wordt verbeterd. 
Er is nog geen concreet bedrag te benoemen afhankelijk van daadwerkelijke scope en verdeling restbudgetten. 
Wenselijk is om de Geldropsweg geheel aan te pakken tot aan de komgrens. Grove ramingen komen dan uit op € 4,5 - € 5,5 miljoen in de subsidieregeling vanuit het Rijk is vooralsnog € 350.000 opgenomen voor de situatie nabij de rotonde.