Paragraaf financiering

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Algemeen

De belangrijkste taak van de treasuryfunctie is te zorgen voor voldoende financiële middelen om de gemeentelijke taken naar behoren uit te kunnen voeren. Daarbij worden de kosten zo laag mogelijk gehouden en risico’s beperkt.

De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt de basis voor het uitvoeren van de treasuryfunctie.

Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut. Hierin staan de doelstellingen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de administratieve organisatie rond het beheer van de liquiditeiten van de gemeente op korte en lange termijn.

Renteontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Renteontwikkelingen

De rentetarieven zijn gestegen en daar was in de begroting 2025 rekening mee gehouden, namelijk 4% voor leningen voor nieuwe investeringen. De rente op de kapitaalmarkten in 2025 was lager, afgerond 3,0%.

De ontwikkelingen rond het rentebeleid houden we scherp in de gaten, omdat de hoogte van de rente mede bepaalt of we kortlopend of langlopend geld aantrekken, wanneer het aantrekken van geld noodzakelijk is voor de financiering van investeringen.

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Schatkistbankieren

Schatkistbankieren betekent dat een gemeenten haar overtollige middelen belegt in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Voor het betalingsverkeer blijven gemeenten aangewezen op het bankwezen. Daarom is schatkistbankieren beperkt tot schatkistbeleggen.

Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Het drempelbedrag was in 2025 : € 1.037.440 en afromen vindt automatisch plaats als we boven de drempel uitkomen. In 2025 zijn we steeds onder het drempelbedrag gebleven en zijn geen middelen belegd bij de schatkist van het ministerie van Financiën.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Kasgeldlimiet
Ter beperking van de renterisico’s op kortlopende schulden dienen gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet zoals vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Kortlopende schulden mogen daarbij niet meer bedragen dan 8,5% van het totale begrotingstotaal. Op basis van het begrotingstotaal van de primitieve begroting 2025, na verwerking van de amendementen (totaal lasten 2025 exclusief dotaties aan reserves) van € 51.977.000, komt de kasgeldlimiet voor 2025 uit op € 4.418.000.
Tabel 7.0 Kasgeldlimiet
Bedragen x €1.000
Kasgeldlimiet 2025 4.418
Gemiddelde netto vlottende schuld Ruimte onder kasgeldlimiet
1e kwartaal 7.765 -3.347
2e kwartaal -4.926 9.344
3e kwartaal -11.142 15.560
4e kwartaal -9.225 13.643

In het 1e kwartaal van 2025 is de kasgeldlimiet overschreden, maar is voldaan aan de voorwaarden uit de wet Fido. De wet Fido bepaalt dat de kasgeldlimiet niet langer dan drie kwartalen achter elkaar worden overschreden. Dat was in 2025 niet het geval.

Als er een risico is dat de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden, langer dan 3 kwartalen, zal de gemeente nieuwe langlopende leningen moeten aantrekken om dit te voorkomen.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Renterisiconorm

Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De leningenportefeuille moet gelijkmatig over de jaren vervallen.

De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 is het maximumbedrag, groot: € 10.374.400.

In de volgende tabel wordt de prognose van het renterisico vergeleken met de renterisiconorm. Behalve naar de kasgeldlimiet en de renterisiconorm wordt ook gekeken naar de omvang van de rentedruk van de schulden van de gemeente door dit uit te drukken in de netto schuldquote.

Conform wettelijke regeling van het BBV is een toelichting op deze netto schuldquote opgenomen in de Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

 

Tabel 7.1 Renterisiconorm
Bedragen x €1.000
Rekening 2024 Primitieve begroting 2025 Begroting 2025 Rekening 2025
Renteherzieningen - - - -
Aflossingen 1.475 1.180 1.180 1.180
Renterisico 1.475 1.180 1.180 1.180
Begrotingstotaal (totaal lasten) 55.598 51.977 54.279 54.520
Percentage regeling 0,2 0,2 0,2 0,2
Renterisiconorm 11.120 10.395 10.856 10.904
Ruimte onder renterisiconorm 9.645 9.215 9.675 9.724
Overschrijding renterisiconorm - - - -

Bij het beheren van de langlopende schulden moet de gemeente rekening houden met de renterisiconorm. Deze norm is bedoeld om het risico van hoge rente in de toekomst te beperken door de aflossingen en renteherzieningen goed over de jaren te verdelen. Het is belangrijk te voorkomen dat er in één jaar te veel aflossingen en renteherzieningen op langlopende leningen plaatsvinden. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend door de renteherzieningen en aflossingen bij elkaar op te tellen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting. We zijn in 2025 ruim onder de renterisiconorm gebleven.

Renteberekening

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Renteberekening

Rente is een onderdeel van de kostprijs van een product. Vandaar dat rentelasten toegerekend worden aan producten. Bij investeringen worden rentelasten toegerekend vanaf het moment van ingebruikname.

In het volgende overzicht geven wij inzicht in de rentelasten over 2025 en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden (exploitatie) wordt toegerekend.

 

Tabel 7.2 Renteresultaat
Bedragen x €1.000
Rekening 2025
Externe rentelasten over de korte en lange financiering 832
Externe rentebaten - 294
Totaal door te berekenen externe rente 538
Rente toe te rekenen aan facilitairend grondbeleid -
Rente projectfinanciering toe te rekenen aan betreffende taakveld - 236
Rentebaten van doorverstrekte leningen indien daar projectfinanciering voor is aangetrokken + 87
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 389
Rente over eigen vermogen +
Rente over voorzieningen +
Aan taakvelden toe te rekenen rente (1,160%) 389
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag: 1,131%) - 342
Renteresultaat op het taakveld treasury - -47

Omslagrente

De omslagrente voor 2025 is in de primitieve begroting bepaald op 1,5%. Omdat de werkelijke rente meer dan 25% afweek, is de rente via nacalculatie toegerekend aan de taakvelden. De gerealiseerde omslagrente komt hierdoor uit op 1,132%. Deze afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door renteopbrengsten uit het schatkistbankieren die niet opgenomen zijn in de primitieve begroting 2025.

Renteresultaat

Het nadelig renteresultaat van € 47.000 wordt verklaard doordat over de boekwaarde van de deelnemingen geen rente kan worden toegerekend aan een ander thema of taakveld. Deze rente blijft daarom onder taakveld Treasury en maakt onderdeel uit van het totale renteresultaat.

We berekenen over de reserves en voorzieningen geen rente.

Er is in het verleden projectfinanciering aangetrokken voor:

  • Leningen die zijn door verstrekt aan Wocom (woningcoöperatie);
  • Leningen die zijn door verstrekt aan Stichting HSL-net (glasvezelnetwerk);
  • Centrumplan Leende.

EMU-saldo

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - EMU-saldo

Voor landen die deelnemen aan de Europese Monetaire Unie (EMU) gelden Europese begrotingsvoorschriften waaronder de zogenaamde EMU-normen. De EMU-normen stellen limieten aan de overheidsschuld van een land. De jaarlijkse groei van de netto overheidsschuld, ook wel het financieringstekort of EMU-saldo genaamd, mag in een jaar niet meer bedragen dan 3% van de omvang van de economie (bruto binnenlands product). 

Ook gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen vallen onder de Nederlandse overheid. De schulden van de gemeenten en de jaarlijkse groei van deze schulden tellen mee in de EMU-schuld en het EMU-saldo van de Nederlandse overheid.

Het EMU- saldo wordt niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis in een bepaald jaar. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan- en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen.

Decentrale overheden moeten het EMU-saldo berekenen, zodat op macroniveau het EMU-saldo voor Nederland kan worden bepaald. Ons EMU-saldo voor de begroting 2025-2028 is in het volgende overzicht berekend.

Tabel 7.3 EMU-saldo
Bedragen x €1.000
Begroting 2025 Rekening 2025
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) + -555 478
Mutatie (im)materiële vaste activa - 938 3.217
Mutatie voorzieningen + -2.060 1.146
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) - -116 399
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa - 0 0
Berekend EMU-saldo -3.437 -1.992

In de jaarrekening 2025 bedraagt het exploitatiesaldo vóór mutaties reserves, het resultaat, voor bestemming € 478.000 positief (na bestemming: € 734.000 positief). Dit betekent dat de reguliere baten en lasten over het verslagjaar in evenwicht zijn en dat de gemeente financieel sluitend heeft geopereerd.

Naast het exploitatiesaldo wordt in de jaarrekening ook het EMU-saldo gepresenteerd. Dit saldo wordt door het Rijk gebruikt om te beoordelen of de gezamenlijke decentrale overheden binnen de nationale EMU-norm blijven. Voor 2025 komt het EMU-saldo van onze gemeente uit op € 1.992.000 negatief.

Het is belangrijk te benadrukken dat een negatief EMU-saldo niet hetzelfde betekent als een tekort in de exploitatie. EMU-saldo wordt namelijk bepaald op kasbasis en wordt sterk beïnvloed door balansmutaties die geen directe invloed hebben op het begrotingsresultaat.

 De belangrijkste factoren die in 2025 tot het negatieve EMU-saldo hebben geleid zijn:

  • Toename materiële vaste activa (investeringen): € 2.279.000
  • Toename van voorzieningen: € 3.206.000
  • Toename voorraden: € 515.000

Volgens de EMU-systematiek leiden deze mutaties tot een hogere kasuitstroom, terwijl afschrijvingen en toevoegingen aan reserves niet worden meegenomen. Hierdoor ontstaat een verschil tussen het positieve exploitatiesaldo en het negatieve EMU-saldo.

Interpretatie

Het EMU-saldo is van gemeente Heeze-Leende is negatief, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven groter zijn dan de inkomsten. Oorzaak hiervoor zijn investeringen uit 2025.

Het negatieve EMU-saldo over 2025 is daarmee vooral het gevolg van de investeringsactiviteiten en benodigde versterking van voorzieningen, en niet van een tekort in de exploitatie. Binnen de kaderstelling van het BBV vormt dit geen risico voor de structurele financiële positie van de gemeente. Het laat zien dat de gemeente investeert in kapitaalgoederen en haar voorzieningen op peil houdt.

Conclusie

Samenvattend kan worden gesteld dat:

  • De exploitatie in 2025 financieel gezond was met een positief saldo van € 478.000 (voor mutaties reserves), € 734.000 (na mutaties reserves);
  • Het EMU-tekort van € 1.992.000 vooral wordt verklaard door investeringen en balansmutaties;
  • Het negatieve EMU-saldo is geen indicatie is van financiële tekorten, maar een logisch gevolg van de investeringsopgave uit 2025.